Selecties

ONVOORWAARDELIJKE SELECTIE

  • Urogenitale infecties
    • Urineweginfecties met weefselinvasie (pyelonefritis, prostatitis):
      • Eerste keuze empirische behandeling, nadien bij te stellen op geleide van het antibiogram*.
      • In bepaalde omstandigheden is doorverwijzing naar de tweede lijn noodzakelijk (zie BAPCOC).
      • In geval van een absolute contra-indicatie is amoxicilline + clavulaanzuur een alternatief, of co-trimoxazol bij een IgE-gemedieerde penicillineallergie.
* Behandel een urineweginfectie met tekenen van weefselinvasie (waaronder koorts) onmiddellijk met een antibioticum. Deze wordt gestart voor de uitslag van de urinekweek en resistentiebepaling bekend zijn. De kweekuitslag kan reden zijn om van antibioticum te wisselen.

VOORWAARDELIJKE SELECTIE

Motivatie

De keuzes zijn gebaseerd op de BAPCOC-gids.
Acute pyelonefritis/prostatitis
  • Volgens BAPCOC is een urineweginfectie met koorts een aandoening die ernstig kan verlopen en waarbij behandeling met een antibioticum noodzakelijk is.
  • De behandeling moet worden gestart voordat de uitslag van de urinekweek en resistentiebepaling bekend zijn.
  • De kweekuitslag kan reden zijn om van antibioticum te wisselen.
  • BAPCOC stelt ciprofloxacine voor als eerste keuze empirische behandeling, aan te passen op basis van het antibiogram.
Diverticulitis
  • Wanneer een antibioticum geïndiceerd is (voorwaarden vereist), stelt BAPCOC de combinatie van metronidazol + ciprofloxacine voor als alternatief voor amoxicilline/clavulaanzuur, maar enkel bij penicillineallergie.
  • Het gebruik van chinolonen bij ouderen moet zoveel mogelijk worden beperkt omdat
    • Het in verband wordt gebracht met een hoger risico op bepaalde bijwerkingen, zoals peesschade en verlenging van het QT-interval.
    • Epidemiologische gegevens suggereren een 2-voudig hoger risico van Clostridioides diffile-infectie bij patiënten van 65 jaar en ouder die behandeld werden voor ongecompliceerde diverticulitis met de combinatie metronidazol + fluoroquinolon, vergeleken met de combinatie amoxicilline/clavulaanzuur.

Indicatie
Urineweginfecties met weefselinvasie (pyelonefritis, prostatitis)​ - eerste keuze empirische behandeling Diverticulitis (in associatie met metronidazol) - voorwaardelijke selectie
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid + +
Veiligheid +/-
Gebruiksgemak
Prijs
Expert
consensus


Dosering

Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.
Bij voorkeur los van de maaltijd innemen, tenzij gastro-intestinale last ; niet innemen met zuivelproducten of met mineralen verrijkt vruchtensap.
ONVOORWAARDELIJKE SELECTIE
Acute pyelonefritis
  • Bij vrouwen: 500 mg 2 x per dag gedurende 7 dagen.
  • Bij mannen: 500 mg 2 x per dag gedurende 14 dagen*.
Acute prostatitis
  • Bij mannen: 500 mg 2 x per dag gedurende 14 dagen*.
* Bij aanwezigheid van een katheter kan er bij een goede respons gedurende 7 in plaats van 14 dagen behandeld worden en dient de katheter bij voorkeur voor de start, maar in elk geval voor het einde van de antibioticumkuur te worden vervangen.
VOORWAARDELIJKE SELECTIE
Diverticulitis
  • 500 mg 2 x per dag gedurende 7 dagen (in associatie met metronidazol 500 mg 3 maal per dag gedurende 7 dagen).

In geval van nierfalen

Creatinineklaring Dosis
30-60 ml/min normale dosis
<30 ml/min 500 mg 1 x per dag

Delen en pletten

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Voorzichtigheid bij G6PD-deficiëntie wegens beperkt risico van hemolytische anemie (zie Inl.6.2.11. Hemolyse door glucose-6-fosfaat-dehydrogenase (G6PD)-deficiëntie).
  • Bij de oudere patiënten: zeker bij ouderen met polyfarmacie moet het risico van ongewenste effecten en interacties nagekeken worden. Chinolonen geven inderdaad aanleiding tot heel wat ongewenste effecten en interacties (zie rubrieken “Ongewenste effecten en “Interacties”).
  • Behandeling met ciprofloxacine en levofloxacine vraagt bijzondere aandacht bij mati-ge/ernstige nierinsufficiëntie (zie Inl.6.1.2. Nierinsufficiëntie).
  • Ciprofloxacine en moxifloxacine: voorzichtigheid bij patiënten met (antecedenten van) epilepsie. Epilepsie is in de SKP een contra-indicatie voor levofloxacine.
  • Met grote voorzichtigheid gebruiken bij patiënten lijdend aan myasthenia gravis, omdat de symptomen kunnen verergeren.

Ongewenste effecten

  • Zie Folia december 2018 en Folia februari 2022.
  • Beïnvloeden van de commensale flora, met mogelijk diarree en gist- en schimmelinfecties tot gevolg. Pseudomembraneuze colitis door proliferatie van Clostridioides difficile kan optreden na behandeling met allerlei antibiotica, maar wordt frequenter gezien met chinolonen (en met penicillines, cefalosporines, lincomycine en clindamycine).
  • Gastro-intestinale stoornissen.
  • Rash, jeuk; zelden fotosensibilisatie, ernstige huidreacties en anafylaxie.
  • Artralgieën, tendinitis en peesruptuur (vooral bij ouderen of bij gelijktijdig gebruik van corticosteroïden).
  • Centrale effecten met vooral vertigo, verwardheid, agitatie; zelden hallucinaties, psychose, nachtmerries, convulsies. Visus-, gehoor- en smaakstoornissen. Verlagen van de convulsiedrempel bij epileptische patiënten.
  • Perifere neuropathie, soms irreversibel.
  • Hematologische en hepatische toxiciteit: zelden.
  • Aorta-aneurysma, hartkleplijden [zie Folia november 2020].
  • Zowel hypo- als hyperglykemie met name bij ouderen en diabetici: zelden [zie Folia oktober 2018].
  • Hemolyse bij patiënten met glucose-6-fosfaatdehydrogenase-deficiëntie (zeldzaam, zie Inl.6.2.11. Hemolyse door glucose-6-fosfaat-dehydrogenase (G6PD)-deficiëntie).
  • QT-verlenging, met risico van torsades de pointes (voor de risicofactoren voor torsades de pointes in het algemeen, zie Inl.6.2.2. QT-verlenging en torsades de pointes).

Interacties

  • Vitamine K-antagonisten: interactie werd beschreven met bijna alle antibiotica. Hoewel het bewijs van interactie met vele antibiotica (ook de chinolonen) zwak is, wordt uit voorzichtigheid toch aanbevolen om de INR te controleren binnen de 3 tot 5 dagen na het starten van eender welk antibacterieel middel.
  • Oestroprogestagenen: er zijn geen bijkomende anticonceptieve maatregelen nodig, tenzij er sprake is van ernstig braken of hevige, waterdunne diarree [zie Folia november 2021].
  • Verminderde resorptie van chinolonen bij gelijktijdige inname van voedsel (o.a. melk en melkproducten) en van calcium-, magnesium-, ijzer- of aluminiumzouten. Fluorochinolonen moeten dus minstens 2 uur voor ijzer-, calcium- en magnesiumzouten of melkproducten worden toegediend.
  • Verhoogd risico van tendinitis en peesruptuur bij associëren met corticosteroïden.
  • Verhoogd risico van torsades de pointes bij associëren met andere middelen die het risico van verlenging van het QT-interval verhogen (zie Inl.6.2.2. QT-verlenging en torsades de pointes).
  • Verhoogd risico van convulsies bij associëren met andere geneesmiddelen die convulsies kunnen uitlokken (zie Inl.6.2.8. Convulsies en epileptische aanvallen uitgelokt door geneesmiddelen).
  • Ciprofloxacine is een inhibitor van CYP3A4 en CYP1A2, met o.a. versterkt effect van theofylline (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.).

Contra-indicaties

  • Zwangerschap en borstvoeding.
  • Kinderen: gestoorde kraakbeenontwikkeling bij jonge proefdieren, maar geen evidentie van klinisch relevante gewrichtsletsels bij kinderen. Het risico moet afgewogen worden tegen de voordelen, bv. bij kinderen met mucoviscidose.
  • Risicofactoren voor QT-verlenging (zie Inl.6.2.2. QT-verlenging en torsades de pointes).
  • Antecedenten van peesaandoeningen door chinolonen.
  • Levofloxacine: ook epilepsie.
  • Moxifloxacine: ook ernstige leverinsufficiëntie (SKP).

Prijstabel